Skip to content

10. Digitale horigheid

Dit is alweer de tiende publicatie op deze website in een reeks van 12 over ‘leven in een digitaliserende samenleving’. In de volgende twee publicaties aandacht voor een aantal ethische en levensbeschouwelijke dilemma’s, die het proces van digitalisering oproept. Begin 2017 las ik een opmerkelijke column van Syp Wynia onder de kop ‘Op weg naar digitale horigheid’. Mijn interesse was gewekt omdat hij, als seculier en veelzijdig journalist, over een onderwerp een objectieve en zakelijke visie geeft die aansluit bij mijn levensbeschouwelijke visie. Wynia bevestigt in zijn column de zorg die ik al ruim 25 jaar verwoord in publicaties. Hij stelt onder andere dat we in rap tempo volledig gecontroleerde radertjes worden in een overheidsapparaat en dat dit proces uitwaaiert naar de semi-overheid en de particuliere sector. Wat volgens hem nog moet gebeuren, is de opheffing van munt- en bankbiljetten en de totale digitalisering is een feit. Wynia waarschuwt ‘dat digitale slavernij op de loer ligt’ (1). Een zorg die ik deel, maar waarbij wel een nuance past.

Horigheid en slavernij

Horigheid is een begrip dat zijn oorsprong vindt in de Middeleeuwen. Er werd mee bedoeld dat mensen, veelal boeren, onderhorig waren aan landeigenaren en vaak werden uitgebuit. Slavernij gaat verder en betekent dat een mens fysiek eigendom is van een ander of als zodanig wordt behandeld. Het begrip ‘verslaving’ is daar weer van afgeleid en staat onder andere voor een onbeheersbare drang en behoefte aan middelen, waarvan men fysiek of psychisch afhankelijk is. Het opmerkelijke van onze digitaliserende samenleving is dat mensen zo in de greep van een systeem raken, dat het begrip horigheid er op van toepassing is. Bij velen leidt het ook letterlijk tot verslaving, bijvoorbeeld aan gebruik van sociale media, aandacht of de dwang om altijd en overal bereikbaar te zijn net zoals men verslaafd kan raken aan eten, geneesmiddelen, koffie, snoep, drugs etc. Onderzoek naar verkeersgedrag door de SWOV begin december 2017, wees uit dat 65% van de Nederlanders wel eens zijn/haar telefoon gebruikt tijdens deelname aan het verkeer, terwijl 76% aangeeft het eigen gebruik van de mobiele telefoon in het verkeer gevaarlijk te vinden. Er is dus voldoende besef van de gevaren van telefoongebruik tijdens verkeersdeelname, maar desondanks wordt de telefoon veelvuldig gebruikt (2).

Fundament van de cybersamenleving

Het fundament van de moderne cybersamenleving en dus ook het proces van digitalisering, is gelegd door een samenwerking tussen overheid, wetenschap en technologie. Internet, een van oorsprong militair netwerk uit 1969 van het Amerikaanse leger (ARPANET), heeft in luttele decennia de wereld veroverd en tot grote verschuivingen geleid. De mensheid is er inmiddels volledig afhankelijk van geworden en dat sluit aan bij de situatie die Wynia in zijn column schetst. Ik waardeer zijn scherpte, maar vind wel dat hij iets over het hoofd ziet. Dat mag in een column, maar vanwege de objectiviteit hecht ik er toch aan het te benoemen. Onze Grondwet bevat belangrijke bepalingen om burgers te beschermen tegen ‘digitale horigheid’, zoals het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de lichamelijke integriteit (artikelen 10 en 11 GW). Deze waarborgen zijn nader uitgewerkt in talloze organieke wetten. In 1989 werd de Wet persoonsregistraties ingevoerd en een toezichthouder in het leven geroepen, de Registratiekamer. Toen computertechnologie steeds dominanter werd, werd de Wet bescherming persoonsgegevens ingevoerd en veranderde ook de naam van de toezichthouder in College Bescherming Persoonsgegevens. Inmiddels is de naam weer gewijzigd in de Autoriteit Persoonsgegevens en op 25 mei 2018 is de inmiddels reeds in werking getreden en op Europees geharmoniseerde Algemene Verordening Persoonsgegevens (AVG) van toepassing. Tot die tijd geldt een overgangsregeling zodat bedrijven, overheden en andere organisaties zich kunnen voorbereiden op de nieuwe regels Burgers krijgen meer rechten en bedrijven en overheden meer verplichtingen. Ook veel andere wetten bevatten regels die de privacy beschermen. Het punt dat ik wil maken is het volgende: Al vele jaren publiceer ik over het onderwerp en gaf er tot voor kort lezingen over. Veel burgers zijn laks en maken onvoldoende gebruik van hun rechten, zoals het inzage en correctierecht. In belangrijke mate zijn we dus ook zelf verantwoordelijk voor onze onderworpenheid en ‘digitale onderhorigheid’. In 2000 nam ik op uitnodiging van de Registratiekamer deel aan het Publiek Debat Biometrie in Den Haag. Zie bijgevoegde uitnodiging en een antwoord van oud-premier Balkenende op een vraag die ik had gesteld over privacy. UitnodigingPubliekDebatBiometrie2000+BriefMin.President De overheid onderkende dat er een ingrijpende ontwikkeling gaande was en wilde de burger erbij betrekken. Ik was tijdens het debat onaangenaam verrast door het gebrek aan belangstelling vanuit de levensbeschouwelijke hoek, zoals christelijke media. In de huidige cybersamenleving is dat gelukkig anders (3). De AVG kent de burgers in de EU meer privacyrechten toe dan ooit tevoren en het onderwerp wordt nu intensief belicht in de media. Dat dit hard nodig is staat buiten kijf. In de komende twee publicaties zal ik daar dieper op ingaan.

Bronnen:

1. ‘Op weg naar digitale horigheid’, Syp Wynia in Elsevier Magazine van 14/1/2017. Tevens de website van Syp Wynia www.sypwynia.nl
2. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), ‘Interpolis Barometer 2017’. NOS nieuws, 6/12/2017 ‘We vinden appen in het verkeer gevaarlijk, maar doen het zelf ook’.
3. ‘Privacybescherming wordt steeds belangrijker’, Nederlands Dagblad, 26/3/2012. ‘De Cybersamenleving’, Jaap Spaans, 2013. Gratis te downloaden van mijn persoonlijke website.

Illustratie Jaap Spaans en boekomslag